image_pdfimage_print

Begunstigde en nalatenschap

Begunstigde en nalatenschap

Veel huishoudens hebben een levensverzekering of een overlijdensrisico verzekering afgesloten, om de overblijvende partner financieel goed achter te laten. Het is van groot belang om de begunstigde goed te omschrijven en af te stellen op het doel van de verzekering. Er zijn diverse mogelijkheden op fiscaal als erfrechtelijk gebied. Een goede omschrijving kan veel geld schelen en eventuele problemen met erfgenamen voorkomen.

Nalatenschap en erfenis

Een uitkering van een overlijdensrisico verzekering(ORV) kan zowel binnen de nalatenschap als buiten de nalatenschap vallen. In het geval van een ORV is er sprake van de verzekeringnemer, verzekerde en begunstigde en premie betaler.

Huwelijk.

Voorbeeld 1: Rob en Marijn zijn gehuwd in gemeenschap van goederen, er is geen testament en zij hebben beide een kind uit een vorig huwelijk. Rob sluit een ORV af bij maatschappij X en Rob is de verzekeringnemer, de premiebetaler, de verzekerde en Marijn is de begunstigde. In geval van het overlijden van Rob, zal de uitkering naar Marijn gaan, zij is immers de begunstigde. In dit geval, valt de uitkering buiten de nalatenschap van Rob. Marijn heeft als begunstigde de uitkering gekregen op grond van een overeenkomst(HR: Weduwe Veltman).

De standaard begunstiging is:

  1. verzekeringnemer;
  2. echtgeno(o)t(e) of partner van de verzekeringnemer;
  3. kinderen van de verzekeringnemer;
  4. andere erfgenamen van de verzekeringnemer.
Samenwonen.

Voorbeeld 2: Rob en Marijn gaan samenwonen, er is geen testament en zij hebben beide een kind uit een vorig huwelijk. Rob heeft ten tijde van zijn huwelijk een ORV afgesloten bij maatschappij X en Rob is de verzekeringnemer, de premiebetaler en er is sprake van een standaard begunstiging. In geval van overlijden zal de uitkering naar de weduwe gaan, Er is in dit voorbeeld nu geen sprake van een weduwe. De uitkering gaat nu naar het kind van Rob. Als dit bedoeling was, is dat prima, maar als de uitkering voor de overblijvende partner was bedoeld, dan gaat het mis. Het is van belang de begunstiging aan te passen aan de gewenste situatie.

Partnerverklaring.

Veelal wordt een ORV gesloten als dekking voor een hypotheekschuld. De hypotheekverstrekker verlangt een dekking bij overlijden van een schuldenaar. De uitkering dient te worden gebruikt ter aflossing van de hypotheekschuld of een deel ervan. Dat kan d.m.v. verpanding van de uitkering aan de verzekeraar. Dat betekent dat de uitkering rechtstreeks wordt gebruikt om de hypotheekschuld te verlagen. Het kan ook via een zogenoemde partnerverklaring waarbij de overblijvende partner verklaart de verkregen uitkering te gebruiken om de hypotheekschuld daarmee te verlagen. In beide gevallen valt de uitkering buiten de nalatenschap en toch beïnvloedt het de hoogte van de nalatenschap.

In geval van verpanding aan de hypotheekverstrekker, zal de hypotheekschuld direct worden verlaagd. dit betekent een lagere hypotheekschuld en dus een hoger vermogen en daarmee nalatenschap.

In geval van een partnerverklaring krijgt de weduwe de uitkering en zij zal met die uitkering de hypotheek verlagen. Op het oog lijkt er geen verschil met de bovenstaande situatie, maar is wel degelijk een verschil. De verlaging van de hypotheekschuld wordt nu gedaan door eigen geld die de weduwe van de verzekeraar heeft gekregen, de erfgenamen krijgen daardoor een voordeel van een lagere hypotheekschuld en daardoor een hogere nalatenschap. De weduwe krijgt hierdoor een vordering op de erfgenamen ter grootte van het bedrag van de verzekeringsuitkering.

Zonder partnerverklaring.

Voorbeeld 1: Rob en Marijn zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Ze hebben een gezamenlijke woning met een waarde van € 300.000, – en hun hypotheekschuld is € 250.000, -. Het verzekerd bedrag van de ORV is € 150.000, -. De ORV is verpand aan de hypotheekverstrekker zonder partner verklaring. In het geval van overlijden van Rob, wordt de uitkering van € 150.000, – direct aangewend ter aflossing van de hypotheekschuld. De nalatenschap van Rob is dan 50% van de waarde van de woning minus de hypotheekschuld. 50%(300.000-(250.000-150.000)) is € 100.000, – Dit bedrag zal worden verdeeld aan de weduwe en kinderen.Elk een derde deel van € 100.000, -. De kinderen krijgen een vordering op Marijn op grond van de langstlevende partner en Marijn krijgt een voordeel van een lagere schuld. Marijn hoeft geen erfbelasting te betalen door de hoge vrijstelling voor gehuwden. De kinderen worden wel belast met erfbelasting.

Met partnerverklaring.

Voorbeeld 2: Rob en Marijn zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Ze hebben een gezamenlijke woning met een waarde van € 300.000, – en hun hypotheekschuld is € 250.000, -. Het verzekerd bedrag van de ORV is € 150.000, -. De ORV is verpand aan de hypotheekverstrekker met partner verklaring. In het geval van overlijden van Rob, wordt de uitkering van € 150.000, – aan Marijn uitgekeerd die op haar beurt de hypotheekschuld met deze uitkering verlaagt. De nalatenschap van Rob is dan 50% van de waarde van de woning minus de hypotheekschuld. 50%(300.000-250.000) is € 50.000, – Dit bedrag zal worden verdeeld aan de weduwe en kinderen. Elk een derde deel van € 50.000, -. De kinderen krijgen een vordering op Marijn op grond van de langstlevende partner en Marijn krijgt een voordeel van een lagere schuld. Marijn hoeft geen erfbelasting te betalen door de hoge vrijstelling voor gehuwden. De kinderen worden nu lager belast met erfbelasting over een bedrag van 1/3(50.000) i.p.v. 1/3(100.000).

Het komt erop neer dat de combinatie van verzekeren, wensen, nalatenschap en belastingen, maatwerk is. Breng de wensen en het doel goed in kaart en laat je goed adviseren.

R.E. Wilbrink, 10 februari 2017.

 

 

 

Schuldloze derden

Schuldloze derden

Met ingang van 1 april 2017 kan de schuldeloze inzittende van een auto zijn schade claimen bij de WAM-verzekeraar van de auto waarin hij zit. Dit geldt ook als er mogelijk een andere aansprakelijke partij is. De bestuurder moet nog steeds wachten totdat er een uitspraak over de schuldvraag is.

De huidige regeling

De regeling Schuldeloze Derden wordt uitgebreid. De regeling is bedoeld om de goede naam van het verzekeringsbedrijf te beschermen. Deze regeling geldt voor zaken waarbij meerdere, mogelijk, schuldige partijen zijn betrokken. De schuldeloze derde mag zelf bepalen wie hij aanspreekt. De eerst aangesproken verzekeraar moet de schade van een natuurlijke persoon die zelf geen schuld heeft in behandeling te nemen. Deze regeling gold niet voor inzittenden van een auto.  De regeling geldt uitsluitend voor zaken waarvoor de desbetreffende verzekeringen dekking bieden.

De uitbreiding

In de nieuwe versie geldt de uitzondering alleen nog voor de bestuurder van de auto. Uitdrukkelijk is de regeling van toepassing verklaard op de schuldeloze in- of opzittende. Dit geldt dus voor elke in- of opzittende van een voertuig, niet zijnde de bestuurder. Voorwaarde is wel dat het voertuig is verzekerd bij een bij het Verbond van Verzekeraars aangesloten WAM-verzekeraar. De in- of opzittende mag geen schuld hebben en het ongeval mag hem niet toe te rekenen zijn. De regeling bepaalt dat de verzekeraar van het voertuig waarin de schuldeloze op- of inzittende gebruikt maakt de regelende verzekeraar is.

Ingangsdatum

De nieuwe bedrijfsregeling treedt in werking op 1 april 2017.

Bron: www.wftnu.nl, 21 december 2016

Verzekeraar rekent kosten bij bewezen fraude

Verzekeraar rekent kosten bij bewezen fraude

Wie fraude pleegt met verzekeringen steelt van zijn medeverzekerde. De goede moet onder de kwade lijden. Verzekeraars doen veel om fraude te bestrijden. In de strijd tegen fraude gaan verzekeraars nu een deel van de kosten van fraudebestrijding in rekening brengen bij de fraudeur.

De achtergrond
Verzekeraars willen voorkomen dat eerlijke klanten opdraaien voor de kosten van frauderende klanten. Sinds 2005 is er een publiek-private samenwerking waarbij de kosten van winkeldiefstallen verhaald worden op de veroorzaker. Het zelfde concept gaan verzekeraars nu toepassen op fraudeurs.

De wettelijke grondslag
Iemand die fraudeert pleegt een onrechtmatige daad. In artikel 6:162 BW wordt bepaald dat de pleger van een onrechtmatige daad de schade die het gevolg is van zijn onrechtmatige daad moet vergoeden. In dit geval gaat het om de kosten van de indirecte schade die voor de verzekeraar ontstaan.

De berekening
Verzekeraars berekenden de gemiddelde kosten van de noodzakelijke werkzaamheden die een verzekeraar moet uitvoeren na een valse claim of een poging tot fraude. Zij brengen dan de helft van deze kosten in rekening vermeerderd met de kosten van de invordering . Het standaardbedrag dat bij elk geval van bewezen fraude of opzet tot misleiden in rekening wordt gebracht komt daarmee op € 532. Als de fraudeur specifieke kosten veroorzaakt, kunnen ook deze kosten in rekening worden gebracht.

De uitvoering
Dezelfde stichting die onder andere de kosten bij winkeldiefstallen invordert, SODA (ServiceOrganisatie Directe Aansprakelijkstelling, zie ook externe bronnen), zorgt voor de invordering van de kosten. Onder andere de Politie en het Ministerie van Veiligheid en Justitie zijn betrokken bij SODA. Een onafhankelijke stichting houdt toezicht op SODA.

De stappen
Het proces van aansprakelijkstelling kent 4 stappen:

  • De verzekeraar stelt opzet tot misleiding vast.
  • De betrokkene wordt schriftelijk aansprakelijk gesteld door de verzekeraar. De verzekeraar draagt de vordering over aan SODA.
  • SODA stuurt een formele aansprakelijkstelling met een acceptgiro aan de betrokkene.
  • Na betaling van het geclaimde bedrag ontvangt de betrokkene een verklaring dat het traject is afgerond. SODA verwijdert binnen drie maanden de gegevens uit haar systemen.

Alle gevolgen van poging tot of feitelijke fraude op een rij

  • Het verlies van dekking;
    • Als de verzekeraar geen opzet kan bewijzen alleen voor zover causaal verband wordt aangetoond.
  • Opzegging van de verzekering.
  • Mogelijke terugvordering van onterecht uitgekeerde bedragen.
  • Registratie in het Externe Verwijzing Register CIS.
    • Maximaal gedurende 8 jaren.
    • Dubbele redelijkheidstoets, zie een eerder bericht onder Externe Bronnen.
  • Verplichting misleiding te melden bij elke nieuwe verzekeringsaanvraag.
  • Kosten vordering op basis van directe aansprakelijkstelling van minimaal € 532.
  • Strafrechtelijke vervolging.

Bron: wftnu.nl 8 september 2016

Kosten contra expert

Kosten contra expert

 

Bij het invoeren van het huidige verzekeringsrecht heeft de wetgever bepaald dat de redelijke kosten voor het vaststellen van de schade voor rekening van de verzekeraar zijn. Verzekeraars stelden zich steeds op het standpunt dat zij de schade vaststellen en eventuele kosten van verzekerde betalen zolang en voor zover daarin voorzien is in de polisvoorwaarden. De rechter zegt nu dat verzekerde zijn eigen redelijke kosten (voor een contra-expert) mag maken op kosten van zijn verzekeraar. Hierbij is niet maatgevend wat de expert van de verzekeraar rekent.

De casus

In deze zaak ging het over de kosten van de door verzekerde ingeschakelde contra-expert. De verzekeraar wilde niet de volledige kosten betalen en beriep zich op de verzekeringsvoorwaarden. De verzekeraar wilde niet meer betalen dan de kosten die hij aan zijn eigen expert betaalde. Tevens stelt de verzekeraar dat hij reeds aan zijn wettelijke plicht tot vergoeding van de redelijke kosten van schadevaststelling heeft voldaan door zijn eigen expert te sturen.

Verzekerde bestrijdt dit omdat artikel 7:959 BW dwingend recht is.

Artikel 7:959 BW.

Artikel 7:959 BW bepaalt dat onder de door verzekeraar te vergoeden kosten ook wordt verstaan de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade. Deze kosten worden zelfs boven de verzekerde som vergoed. Onderverzekering kan wel op deze kosten van toepassing zijn.

In de praktijk stelt de verzekeraar de schade meestal vast door een expert in te schakelen. De verzekeraar betaalt de expert. Bij brandverzekeringen regelen de polisvoorwaarden dat verzekerde zijn eigen expert mag inschakelen. De verzekeraar vergoedt de kosten van deze contra-expert tot maximaal het bedrag wat hij voor zijn eigen expert betaalt.

Het vonnis van de kantonrechter

De kantonrechter gaat met verzekerde mee. Als het vaststellen van de schade door de verzekeraar voldoende is om aan de wettelijke plicht van de verzekeraar te voldoen, heeft de verzekerde geen mogelijkheden meer als hij het niet eens is met de expert van verzekeraar. De redelijkheid van de kosten moet daarom per geval worden bekeken. Vervolgens besluit de kantonrechter dat de kosten van de contra-expert in dit geval redelijk zijn, ook al waren deze hoger dan de kosten die de verzekeraar vergoedde aan de door haar zelf ingeschakelde expert.

Conclusie

Er is (nog) geen alomvattende conclusie te trekken op basis van deze individuele uitspraak. In elk geval is deze rechter van mening dat de verzekerde zich moet kunnen verweren en hiervoor kosten mag maken. Het is goed mogelijk dat een andere (hogere) rechter de kosten van verzekerde niet redelijk vindt indien de contra-expert niet tot een andere schadevaststelling komt dan de expert van de verzekeraar al eerder gedaan heeft.

Per saldo heeft een verzekerde meer mogelijkheden om zijn recht te krijgen wanneer de verzekeraar “moeilijk” doet. Verzekeraars kunnen niet volstaan met het sturen van een eigen expert. De verzekerde heeft in beginsel recht op een vergoeding voor de inzet van een eigen of contra-expert.

Bron: www.wftnu.nl, 10 juni 2015