Tussentijds opzeggen telefoonabonnement. Kosten € 3.000, –

Tussentijds opzeggen telefoonabonnement. Kosten € 3.000, –

Een kleine zelfstandige stapt over naar een andere maatschappij met nummerbehoud en daarmee met toestemming van de oude maatschappij. Volgens de algemene voorwaarden moet de kleine zelfstandige kosten betalen van, schrik niet, € 3.000, – kan dit zomaar?

Naar mijn mening niet, er is sprake van reflectwerking, dan kan de kleine ondernemer worden beschouwd als consument en er sprake van een open norm. Deze zaak is trouwens geschikt, beide partijen wilden niet procederen. Kijk goed in de “kleine lettertjes” en als het u toch overkomt, laat u juridisch adviseren.




HBO Jurist vs. WO Jurist/ advocaat

HBO Jurist vs. WO Jurist/ advocaat

Elke advocaat is een jurist maar niet elke jurist is een advocaat. Dat geldt ook voor mij ik ben een jurist maar geen advocaat. Ik heb een juridische HBO opleiding gedaan en ben in 2009 met goed gevolg afgestudeerd. Ik ben gerechtigd om de titel Bachelor of Law( LL.B) achter mijn naam te vermelden. Degene die met goed gevolg de universitaire studie heeft gedaan, is gerechtigd de titel meester in de rechten( mr.) voor de naam of de internationale variant Master of Law( LL.M) achter de naam te vermelden. Een afgestudeerde meester in de rechten is daarmee nog geen advocaat. Een advocaat moet nog een langere weg bewandelen tot zijn einddoel.

In een aantal rechtsgebieden is een vertegenwoordiging door advocaat verplicht gesteld. Maar in een groot aantal rechtsgebieden is er geen verplichte vertegenwoordiging door een advocaat. Sterker nog er is geen enkele verplichting tot vertegenwoordiging door een derde. Dat zijn zaken die bij de kantonrechter horen, zoals arbeidsrecht, huurrecht zaken tot een waarde van € 25.000, -. Zaken die bij het bestuursrecht horen, zoals ambtenarenrecht, zaken met overheidsorganen.

Als jurist heb je een verplichting om een cliënt zo goed mogelijk bij te staan en van goede raad te voorzien. Het is verstandig dat een jurist zich dan ook alleen begeeft in die rechtsgebieden waarin hij deskundig is. Dat is zeker mijn keuze ik houd mij voornamelijk bezig met arbeidsrecht, inclusief ambtenarenrecht, aansprakelijkheid en letselschade en huurrecht.

De vreemde HBO-jurist vs. advocaat

In veel gevallen kunnen problemen worden opgelost in onderling overleg, maar in aantal gevallen zal een zaak aan de rechter moeten worden voorgelegd. Het komt steeds vaker voor dat cliënten kiezen voor een jurist i.p.v. een advocaat. Dat kan verschillende redenen hebben, zoals uurloon, niet in aanmerking komen voor een toevoeging( pro Deo), laagdrempelig of andere redenen. Ik heb inmiddels een flink aantal cliënten in een rechtszaak bijgestaan en heb gemerkt dat een aantal advocaten van de wederpartij niet goed weet hier mee om te gaan. Ik ben een vreemde eend in de bijt, men weet niet wat ik kan en weet, hoe ik juridische problemen oplos en hoe ik moet procederen. De HBO-jurist is praktisch opgeleid. Er wordt in de opleiding van uitgegaan dat de HBO-jurist ondersteunend is voor bijvoorbeeld een advocaat. Hij kan problemen praktisch benaderen i.p.v. te wetenschappelijk benaderen. Maar juist deze praktische benadering kan als opponent van een advocaat heel goed uitpakken in een rechtszaak in het voordeel van de cliënt van de HBO-jurist. Rechters kijken steeds meer naar de gevolgen en totstandkoming van een probleem, geschil dan naar het probleem, geschil zelf, is mijn ervaring.

Een aantal advocaten kent mij inmiddels, zij kennen mijn werkwijze en ik zal daardoor voortdurend mijn creativiteit moeten inzetten om een zaak naar tevredenheid af te wikkelen. Want ze zijn natuurlijk niet zo maar advocaat geworden. Het is in ieder geval zaak om elkaar met respect te behandelen om de cliënt zo goed mogelijk van dienst te zijn. Dat gebeurt steeds meer.

Rob Wilbrink

 

 

 

 




Belangrijkste onderwerpen Prinsjesdag 2016

Belangrijkste onderwerpen Prinsjesdag 2016

Op 20 september 2016 (Prinsjesdag) heeft het kabinet haar plannen voor 2017 bekend gemaakt. In dit artikel vatten we voor medewerkers die werkzaam zijn binnen het vakgebied Consumptief krediet de meest relevante onderwerpen van de overheidsplannen samen. Direct na Prinsjesdag bespreken de fractieleiders van de politieke partijen in de Kamer de hoofdlijnen van de miljoenennota en rijksbegroting. Dat gebeurt tijdens de ‘Algemene Politieke Beschouwingen’. Alle ministers, staatssecretarissen en Tweede Kamerleden zijn hierbij aanwezig. In dit belangrijk debat wordt uiteindelijk duidelijk welke ruimte het kabinet heeft om de plannen daadwerkelijk uit te voeren. Wat in deze samenvatting wordt genoemd, is dus nog geen absolute zekerheid

Wijzigingen in de Inkomstenbelasting
Voor Consumptief krediet zijn de wijzigingen met betrekking tot de tarieven in box 1 belangrijk. Daarnaast gaat in 2017 de aangekondigde vermogensrendementsheffing in box 3 sterk veranderen. De details hierover zijn terug te vinden in het artikel Wft Basis over Prinsjesdag.

Minimumloon
Werknemers moeten een minimumloon verdienen waarvan ze kunnen rondkomen. Daarom wordt de leeftijd waarop werknemers recht krijgen op het volledige minimumloon vanaf 1 juli 2017 in stappen verlaagd. Vanaf 1 juli 2017 hebben 22-jarigen recht op het volledige minimumloon. In de bijlagen is een tool waarmee berekend kan worden welk bedrag een werknemer minimaal behoort te verdienen per maand, week , dag en uur. Voor een fulltime of parttime baan.

De leeftijd waarvoor het volledige minimumloon geldt, wordt naar verwachting op 1 juli 2019 verder omlaag naar 21 jaar.

Daarnaast heeft het kabinet besloten dat een werkgever evenredig meer loon moet doorbetalen, als deze werknemer meer dan 40 uur per week werkt.

Schulden
Mensen die diep in de schulden zitten, komen hier moeilijk uit. Het kabinet wil dat gemeenten hun inwoners helpen om hun schulden af te lossen. Om uit die schulden te komen, kan het soms nodig zijn even een adempauze te krijgen.

Adempauze
Gemeentelijke schuldhulpverlening heeft nu al de mogelijkheid om afspraken te maken met schuldeisers om een pauze in te lassen bij het incasseren. Maar dit kan de schuldhulpverlening nog niet afdwingen. Als één schuldeiser niet wil meewerken aan een door de schuldhulpverlening opgezette regeling, mislukt deze.

Met ingang van 1 januari 2017 kunnen gemeenten naar de rechter stappen om een adempauze af te dwingen. Wijst de rechter de adempauze toe, dan moeten schuldeisers voor maximaal zes maanden hun incassoactiviteiten opschorten.

Het bedrag boven de beslagvrije voet (minimumnorm) dat niet geïncasseerd wordt, wordt apart gezet. De schuldenaar krijgt dit niet in handen. Met dit bedrag wordt aan het eind van het moratorium (de periode waarin de schuldeiser geen incassomaatregelen mag opleggen) geprobeerd een akkoord te bereiken met alle schuldeisers. Het geld dat opzij gezet is, wordt gebruikt om een deel van de schulden af te betalen. Zo proberen de schuldhulpverleners een minnelijk traject (een traject waarbij alle schuldeisers akkoord gaan met een regeling) tot stand te brengen.

Nieuwe beslagvrije voet loonbeslag per 2018
Het vereenvoudigen van de nieuwe rekenmethode voor de beslagvrije voet bij loonbeslag zou al in 2017 ingaan. Ondanks het feit dat de nieuwe rekenmethode al wel is verbeterd, blijkt hij nog steeds veel te ingewikkeld. Daarom heeft het kabinet besloten de invoeringsdatum te verschuiven naar 1 januari 2018.  Personen met schulden moeten aan hun financiële verplichtingen voldoen. Maar ze moeten ook voldoende middelen overhouden om in hun dagelijks levensonderhoud te voorzien. De noodzakelijke kosten voor levensonderhoud wordt de beslagvrije voet genoemd. Over dit bedrag mag de deurwaarder geen beslag leggen.

Nu moet de werknemer met schulden zelf gegevens aanleveren om de kosten van het noodzakelijke levensonderhoud aan te tonen. Dit gebeurt niet altijd op de juiste manier, waardoor er voor de werknemer een te lage beslagvrije voet kan worden vastgesteld. In de bijlage een tool waarmee berekend kan worden wat de beslagvrije voet is. Met de nieuwe rekentool is het aanleveren van gegevens door werknemer niet meer nodig.

Bron: wftnu.nl 21 september 2016

 




De Europese Commissie als oneerlijke scheidsrechter

Boer vs. Grootgrutter

Het is maar wie of wat je centraal stelt. In Europese Unie heeft men gemeend de consument centraal te stellen en vanuit dat standpunt de maatschappij in te richten. Het idee is vrije markt werking, de consument zal kiezen voor de laagste prijs tegen de beste kwaliteit en de bedrijven zullen daar al concurrerend hun producten en diensten aan de man brengen. In dat kader ziet de Europese Commissie erop toe dat er geen prijs afspraken worden gemaakt door producenten en aanbieders. Bij ontdekking daarvan, worden stevige boetes uitgedeeld. De Europese Unie creëert voor alle spelers een gelijkwaardig speelveld met voor iedereen dezelfde regels. En de Europese Commissie fungeert als scheidsrechter in dat speelveld en deelt zo nodig boetes uit en past regels aan waar nodig.

Maar een scheidsrechter die een rode kaart uitdeelt aan speler die zelf niet trapt, maar wordt getrapt, druist in tegen ons rechtvaardigheidsgevoel. Als dat tijdens een voetbal wedstrijd zou gebeuren, zouden de aanhangers de scheidsrechter beschimpen, uitschelden, bekritiseren e.d. Maar als een hardwerkende boer wordt getrapt door een grootgrutter dan mag de boer niet terugtrappen. Als hij dat wel doet, zal de Europese Commissie als scheidsrechter de boer een rode kaart geven. Het geval is dat de grootgrutter legaal prijzen mag opleggen aan de individuele boeren op straffe van uitsluiting. Aan de andere kant mogen de individuele boeren zich niet verenigen om bijvoorbeeld minimum prijzen met elkaar te bepalen. Want dan is er sprake van kartel vorming en verboden prijs afspraken.

Het is langer bekend dat een economie gebaseerd op vrije markt werking, niet werkt. Het socialisme is ontstaan uit onvrede met de erbarmelijke omstandigheden waarin de vroegere arbeiders werkten en leefden. Het is al lang bekend dat zonder overheidsbemoeienis, uitwassen en luchtbellen ontstaan. Misschien wordt het tijd om niet de consument centraal te stellen maar de mens, of het welzijn van de mens en daar de maatschappij naar inrichten.

Rob Wilbrink

 




Van provisie naar nota, een vloek of een zegen?

Van provisie naar nota, een vloek of een zegen?

Sinds enige tijd geldt een provisieverbod voor complexe financiële producten, advies en bemiddeling in hypotheken, pensioenen e.d. De adviseur krijgt hier geen provisie meer voor van de aanbieder, maar stuurt nu de nota naar de afnemer, consument. Het voordeel is dat de consument nu precies weet wat een advies kost en daarmee kan onderhandelen met meerdere adviseurs. Een ander groot voordeel is dat de onafhankelijkheid van de adviseur beter is gewaarborgd nu hij niet door de aanbieder meer wordt betaald in de vorm van provisie.

Zoals elk nadeel zijn voordeel heeft, geldt dat andersom ook.

  • een aantal adviseurs is gestopt;
  • aanbieders krimpen het aantal adviseurs in, kostenbesparing;
  • in 2017 stoppen nog meer adviseurs in verband met diploma eisen;
  • online shoppen;
  • verplichting tot afnemen via adviseur door aanbieders.

Bovenstaande ontwikkeling heeft gevolgen voor diegenen die al een financieel product hebben afgesloten waar ooit provisie voor is betaald aan de adviseur. Op het moment dat zij hun financieel product willen wijzigen, aanpassen e.d. zullen zij de nota van de adviseur gepresenteerd krijgen. Dat kan de adviseur ook niet kwalijk worden genomen, die wil betaalt worden voor zijn werkzaamheden, zoals iedereen die werkt zijn loon wil ontvangen. Maar uiteindelijk is het provisie verbod voor deze groep van consumenten geen zegen.

Een oplossing voor een deel van het probleem is dat aanbieders meer wijzigingen toestaat waar geen adviseur bij nodig is en dit gegeven als standaard invoeren. Voor de overige gevallen is het aan de politiek.

R.E. Wilbrink, 30 mei 2016