image_pdfimage_print

Telefoonabonnement met gratis telefoon is koop op afbetaling

Telefoonabonnement met gratis telefoon is koop op afbetaling

In juni dit jaar heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan inzake de vraag of het aanbieden van gratis mobiele telefoontoestellen bij het afsluiten van een abonnement koop op afbetaling is. De Hoge Raad concludeerde dat er van mag worden uitgegaan dat in de prijs van het abonnement een vergoeding voor het mobiele toestel zit begrepen. En is er sprake van koop op afbetaling en consumentenkrediet.

Deze uitspraak heeft grote gevolgen voor zowel de providers als consument. Er gelden nu andere regels voor partijen. Zo zal de provider in de reclame moeten vermelden dat geld lenen geld kost, maar dat is nog het minst belastende voor de providers, zij vallen nu ook onder de Wft(wet financieel toezicht) en zullen de providers een vergunning moeten hebben van de AFM. En zullen zij de werkelijke kosten van de “lening”moeten vermelden. Er zal een klantprofiel moeten worden opgesteld enz, enz.

Voor de consument heeft deze uitspraak ook gevolgen. Bij het aangaan van de overeenkomst hebben de providers de consument niet gewezen op het feit dat de krediet overeenkomst binnen 14 dagen kan worden ontbonden vanaf het moment dat de consument daarop is gewezen. Dit betekent dat de overeenkomsten vanaf de inwerkingtreding van deze wet(mei 2011) in beginsel in aanmerking komen voor ontbinding. Voor gehuwden geldt dat de echtgeno(o)t(e) toestemming moet verlenen bij het aangaan van een overeenkomst met koop op afbetaling. De echtgeno(o)t(e) zou de overeenkomst kunnen vernietigen.

Wat de precieze gevolgen zullen zijn, zal in de tijd bepaald worden, interessant is deze uitspraak wel.

Harlingen, 11 november 2014, Rob Wilbrink

Tijdelijke schenkingsvrijstelling toch langer mogelijk?

Tijdelijke schenkingsvrijstelling toch langer mogelijk?

Het is dit jaar mogelijk om een bedrag van € 100.000, – belastingvrij te schenken mits de schenking wordt gebruikt voor een aankoop eigen woning of aflossing van de hypotheek. Een voorwaarde is wel dat de schenking voor 1 januari 2015 is gestort.

Schenkingen die worden gebruikt voor verbetering, onderhoud of verbouwing van de eigen woning kunnen tot 1 januari 2017 worden besteed, een voorwaarde is wel dat die bewuste woning in 2014 in eigendom is en dat de schenking tijdig ontvangen is.

Voor mensen met een nieuwbouw woning geldt dat ze in 2014 minimaal het eerste termijn van het aankoopbedrag van de nieuwbouwwoning moeten hebben betaald.

Volgens de Netwerk Notarissen is het mogelijk om zonder in het bezit te zijn van een eigen woning in 2014, toch gebruik te kunnen maken in 2015 en 2016 van deze schenkingsvrijstelling,  indien het schenkingsbedrag in 2014 is ontvangen en de ontvanger in 2015 en/of 2016 een “verbouwingswoning” aanschaft. Volgens de minister is dat niet het geval. De minister stelt dat de schenkingsontvanger wel degelijk in bezit moet zijn van een eigen woning in 2014. De ministeriële regeling zou volgens de minister bevatten dat er sprake moet zijn van eigen woning bezit in 2014 terwijl volgens de Netwerk Notarissen dit niet het geval is.

Wie gelijk heeft, de tijd zal het leren.

Harlingen, 21 oktober 2014, R.E. Wilbrink

 

Het begrip eigen woning

Het begrip eigen woning

Er is ook sprake van een ‘eigen woning’ als de woning in aanbouw is en de belastingplichtige aannemelijk maakt dat hij ‘binnen het kalenderjaar of een van daarop volgende drie jaren’ die woning als hoofdverblijf betrekt. In een tweetal arresten heeft de Hoge Raad het begrip ‘binnen het kalenderjaar of de daarop volgende drie jaren’ verder uitgelegd.

We schetsen kort de situatie in elk van de arresten.

Aanvang bouwwerkzaamheden (arrest nummer 2872)

Juli 2002

Aankoop grond met boerderij. Financiering was noodzakelijk.

Ultimo 2003

Door de constructie van nieuwe watergangen en een gemaal bleek de boerderij niet meer te renoveren. Sloop volgde en besloten werd elders op het perceel een nieuwe woning te bouwen.

Oktober 2006

Aanvraag bouwvergunning.

September 2007

Goedkeuring aanvraag bouwvergunning.

2007/2008

Aanvullende aanvraag bouwvergunning met goedkeuring.

2008

Aanvang feitelijke bouwactiviteiten.

Hoge Raad

De Hoge Raad sluit aan bij de discussie in de Tweede Kamer tijdens de invoering van de Wet IB 2001. Dat betekent dat het begrip ‘woning in aanbouw’ naar het spraakgebruik wordt ingevuld. Er is pas een ‘woning in aanbouw’ vanaf het moment van aanvang van de (feitelijke) bouwkundige werkzaamheden die tot de stichting van die woning leidt. Kort gezegd: eerst bij aanvang van de bouw.

Er zijn twee procedures gevoerd (over 2007 en 2008). Belanghebbende kreeg ongelijk voor 2007 en gelijk voor 2008. In dat jaar begonnen namelijk de feitelijke werkzaamheden.

Afgebrande woning (arrestnummer 2871)

December 2000

Aankoop grond met gedeeltelijk afgebrande woning. Financiering was noodzakelijk.

2001

Belanghebbende plaatste een stacaravan op de gekochte grond. De deels afgebrande woning was onbewoonbaar. Verder had hij een huurwoning.

2001

Sloop van de woning. Om financiële redenen werden na de sloop alle activiteiten stilgelegd. Belanghebbende plaatst alleen nog een bouwkeet.

2002 en 2003

Aanvraag bouwvergunning voor twee woningen en een loods. Aanvraag is in strijd met bestemmingsplan. Er volgt geen aanvraag om bestemmingsplan te wijzigen.

2002 en 2003

Geen verdere bouwactiviteiten.

Hoge Raad

De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van het Hof. Belanghebbende woont niet op het aangekochte perceel. Zijn hoofdverblijf is de huurwoning.

Nu er verder geen bouwactiviteiten waren en er feitelijk ook niets is gebouwd, is er nog geen sprake van ‘een woning in aanbouw’.

bron: www.wftnu.nl, 14 oktober 2014

particulieren mogen via internet een huis kopen op een veiling

particulieren mogen via internet een huis kopen op een veiling

 

De Eerste Kamer is akkoord gegaan met een wetsvoorstel van minister Opstelten dat particulieren de mogelijkheid geeft vanaf 1 januari 2015 bij de gedwongen verkoop van een huis een bod te kunnen doen via internet. Daarmee wordt de kans kleiner dat huizen (ver) beneden de marktwaarde worden verkocht en krijgen particulieren op de veiling meer mogelijkheden.

In Nederland vinden zo’n 200 tot 250 executieveilingen per maand plaats. Uit cijfers van het kadaster blijkt dat het aantal executieveilingen per maand stijgt. De veiling wordt nu niet zelden beheerst door handelaren die de prijs in veel gevallen laag houden. De toenmalige Nma (tegenwoordig de Autoriteit Consument en Markt – ACM) heeft daarvoor in 2011 al boetes opgelegd. Gegevens van het Kadaster laten zien dat het merendeel van de op een executoriale veiling gekochte huizen, namelijk 80%, na iets meer dan vier maanden na de veiling wordt doorverkocht.

Voor particulieren is er een drempel om een onroerende zaak op een executoriale veiling te kopen. Deze drempel bestaat uit het gesloten karakter van de veiling en de risico’s die een veilingkoper loopt. Er vinden nauwelijks bezichtigingen plaats van te veilen woningen. Het risico om een woning te kopen zonder bezichtiging en dus niet te weten wat men aan zal treffen, is voor veel particulieren te groot. Gevolg van de onbekendheid met wat de koper – nu veelal een onroerend goedhandelaar – na de koop zal aantreffen, is dat er een reserve in de prijs wordt ingebouwd. In het bijzonder vormt de onbekendheid met eventuele huurders van een op een veiling gekocht pand een obstakel. De onzekerheid of er na afloop van de veiling onbekende huurders of gebruikers in de woning blijken te zijn, tegen wie het huurbeding niet kan worden ingeroepen, schrikt particuliere kopers ook af.

Ook hiertoe wordt de wet aangepast: de termijn voor inzet van het ontruimingsbeding wordt verkort van één jaar naar 6 maanden.

Daarnaast draagt de veilingkoper het risico voor beschadiging of tenietgaan van een woning vanaf het moment van gunning. Op dat moment kan hij zich echter geen toegang verschaffen tot het pand, terwijl hij wel wordt geacht het risico te dragen. Het ontoegankelijke karakter van de veiling en de risico’s die de particuliere koper loopt, zijn redenen dat de opbrengst van een woning bij een gedwongen verkoop lager ligt dan bij onderhandse verkoop van een woning. De opbrengst van een onroerende zaak op een executoriale veiling ligt gemiddeld 30% lager dan de onroerende zaak bij onderhandse verkoop zou hebben opgebracht (volgens onderzoek van het Ministerie van Justitie in 2007).

Ook dit risico wordt van de koper weggenomen: het risico begint pas te rusten bij de koper vanaf het moment dat hij ook echt de beschikking heeft over de woning.

De notaris bepaalt via welke website kopers kunnen bieden. Een internetveiling moet veilig, toegankelijk en betrouwbaar zijn. Bieders mogen de gang van zaken niet manipuleren en back-ups moeten voorkomen dat veilinggegevens verloren gaan. Verder moeten belangstellenden het aanbod van te veilen huizen makkelijk kunnen bekijken. Pas als iemand wil gaan bieden, wordt hij verplicht zich te registreren. Daarna worden de biedingen ingevoerd.

De wetswijziging voorziet daarnaast in een veranderde publicatieplicht: nu moet er nog een aankondiging aangeplakt worden (een plakkaat op de woning) met daarnaast een melding in een lokale krant. Straks worden veilingen op een internetsite gepubliceerd, waardoor een breder publiek wordt bereikt.

Bron: www.wftnu.nl, 08-10-2014