Ouderwets polissen doornemen op een moderne manier.

image_pdfimage_print

Ouderwets polissen doornemen op een moderne manier.

Verzekeringen vergelijken.

Wij bieden verzekeringen van gerenommeerde maatschappijen en als tussenpersoon zijn wij voortdurend op zoek naar de beste prijs- kwaliteitsverhouding.

Er is inmiddels nog al wat veranderd in de financiële wereld. De tijd dat de verzekeringsagent elk jaar de polissen van zijn klanten bij hen thuis doornam, is nu echt voorbij. Deze inmiddels nostalgische werkwijze is gezien alle technische ontwikkelingen en moderne communicatiemiddelen niet meer nodig. Consumenten kunnen via het internet verzekeringen en premies met elkaar vergelijken en naar wens zelf afsluiten. Lekker makkelijk, digitale polis, automatische incasso, geen gedoe en lage premies.

Nadat de consument zijn verzekering via het internet heeft afgesloten, blijkt dat in de praktijk pas opnieuw naar de verzekering wordt gekeken als er sprake is van een wijziging, schademelding of als er bezuinigd moet worden. Het is niet altijd duidelijk hoe wijzigingen moeten worden doorgegeven, hoe een schade moet worden gemeld e.d. Dan is het toch makkelijk dat deze zaken door deskundige worden gedaan.

Hierover hebben we nagedacht. Hoe kunnen we het digitale gemak en de ouderwetse werkwijze met elkaar combineren. Het antwoord daarop is “het Subliempakket”.

Het Subliempakket.

Middels de webmodule kunt u vrijwel alle schadeverzekeringen en premies met elkaar vergelijken en naar keuze zelf of door ons laten afsluiten. U kunt kiezen uit meer dan 20 maatschappijen. Wij kijken met u mee en helpen u zo nodig bij het maken van de juiste keuzes. Wijzigingen en/of schades kunt u aan ons worden doorgeven, geen gedoe en geen stress. Wij regelen dat graag. Het regelmatig doornemen van de polissen zal blijven gebeuren. Veranderingen, verbeteringen en alle relevante zaken omtrent de schadeverzekeringen, zullen we met u doornemen en zo nodig aanpassen. Ouderwetse service in modern jasje.

Dubbelklik op onderstaande link om verzekeringen te vergelijken.

Subliem pakket

 

Rob Wilbrink, 14 januari 2016.

 

Verstandig scheiden is een win win situatie in een verliessituatie

image_pdfimage_print

Verstandig scheiden is een win win situatie in een verliessituatie

Echtscheiding Harlingen

In vrijwel alle gevallen trouwen mensen met elkaar omdat ze van elkaar houden. De gehuwden hebben een gezamenlijke doel, iets goeds met elkaar opbouwen en veelal te zorgen voor gezinsuitbreiding. Na verloop van tijd, ontdekt een aantal echtparen dat ze toch niet goed bij elkaar passen. Soms is één partner tot die conclusie gekomen en soms zijn dat de beide partners. Wie van de partners het initiatief neemt om te komen tot echtscheiding, het is verstandig dat de andere partner meewerkt om te komen tot echtscheiding. en niet tot een vechtscheiding.

Emoties zijn soms moeilijk bestuurbaar, echter met reden en verstand kan er veel voor elkaar worden gemaakt. Het is ook logisch dat partners zo met elkaar omgaan. Het gezamenlijke doel tijdens het huwelijk was immers iets goed met elkaar opbouwen. Dan zou het gezamenlijke doel na de scheiding ook moeten zijn, het opgebouwde vermogen zou goed mogelijk met elkaar verdelen. Zeker in het geval er sprake is van kinderen. Kinderen moeten zo weinig mogelijk hinder ondervinden van de gevolgen van een echtscheiding en daar kunnen de ouders voor zorgen.

Het scheelt ook enorm in de kosten als partners het met elkaar eens kunnen worden. Er kan een echtscheidingsconvenant worden opgesteld waarin alle afspraken en verdeling van het vermogen worden vastgelegd, de hoogte en duur van alimentatie e.d. In het ouderschapsplan worden alle afspraken vastgelegd betreffende de omgang met de kinderen. Het verzoek tot echtscheiding kan door een gezamenlijke advocaat worden ingediend. De advocaat controleert of de verdeling redelijk is en in evenwicht is. De rechter zal de verdeling toetsen aan redelijkheid en evenwicht.

Op deze manier kunnen partners goed uit elkaar, en op een goede manier met elkaar blijven kunnen omgaan. Tijdens het huwelijk gunde partners elkaar het beste. Waarom zouden de partners dat na de echtscheiding elkaar niet blijven gunnen. Geen stress bij elkaar en geen stress bij de kinderen. Het is voor alle partijen een win win situatie in wat het eerst lijkt een verliessituatie.

Ik kan de partners die het met elkaar eens zijn goed van dienst zijn bij het opstellen van het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan. Tevens kan ik als financieel adviseur goed de financiële gevolgen in kaart brengen, zodat we deze gevolgen meteen kunnen uitwerken in het convenant. Op deze manier besparen partners veel kosten. De juridische en financiële kennis is al aanwezig. We laten het convenant controleren door de advocaat, waardoor die kosten ook laag blijven.

Met zijn allen kunnen we de nare gevolgen van echtscheiding beperkt houden.

Rob Wilbrink, 10 januari 2016

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016

image_pdfimage_print

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016

Werk en inkomen

Wettelijk minimumloon en uitkeringsbedragen

De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon zijn per 1 januari 2016 gestegen. De meeste uitkeringen, zoals de AOW, Bijstandsuitkering en de Wajong, zijn ook gewijzigd. Deze uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon.

Maximum dagloon 

 Het maximum dagloon is verhoogd naar € 202,17. Hierdoor worden ook de maximale uitkeringen in het kader van WW of WIA verhoogd.

Tarieven box 1

Het tarief in de 1e schijf van box 1 is verhoogd naar 36,55% (2015: 36,50%) voor belastingplichtigen die jonger zijn dan de AOW-leeftijd. Voor belastingplichtigen vanaf de AOW-leeftijd is dat tarief verhoogd tot 18,65% (2015: 18,60%). De tarieven in de tweede en derde schijf zijn echter verlaagd. Bovendien is de derde schijf verlengd, waardoor men minder snel in de hoogste belastingschijf valt. Hieronder zijn de tarieven van box 1 opgenomen:

Jonger dan AOW-leeftijd
  Belastbaar inkomen meer dan doch niet meer dan totaal tarief heffing over totaal van de schijven
Eerste schijf € 19.922 36,55% €   7.281
Tweede schijf € 19.922 € 33.715 40,40% € 12.853
Derde schijf € 33.715 € 66.421 40,40% € 26.066
Vierde schijf € 66.421 52%
AOW-leeftijd en ouder geboren vanaf 1 januari 1946
  Belastbaar inkomen meer dan doch niet meer dan totaal tarief heffing over totaal van de schijven
Eerste schijf € 19.922 18,65% € 3.715
Tweede schijf € 19.922 € 33.715 22,5% € 6.818
Derde schijf € 33.715 € 66.421 40,40% € 20.031
Vierde schijf € 66.421 52%
AOW-leeftijd en ouder geboren voor 1 januari 1946
  Belastbaar inkomen meer dan doch niet meer dan totaal tarief heffing over totaal van de schijven
Eerste schijf € 19.922 18,65% € 3.715
Tweede schijf € 19.922 € 34.027 22,5% € 6.888
Derde schijf € 34.027 € 66.421 40,40% € 19.975
Vierde schijf € 66.421 52%

 

Een deel van de te betalen belasting bestaat uit premies volksverzekeringen. Het tarief voor deze premies volksverzekeringen is in totaal 28,15% (ongewijzigd ten opzichte van 2015). De premies volksverzekeringen bestaan uit premies voor de AOW (17,9%), Anw (0,6%) en Wlz (9,65%).

Wijzigingen heffingskortingen

De algemene heffingskorting bedraagt maximaal € 2.242 per persoon (2015: € 2.203). Voor zover het inkomen hoger is dan € 19.922, wordt de algemene heffingskorting verminderd met 4,822% (2015: 2,32%) van dit inkomen. De afbouw van deze korting gaat dus veel sneller dan in 2015. Ook geldt voor inkomens vanaf € 66.419 dat er helemaal geen algemene heffingskorting meer overblijft. In 2015 bleef nog minimaal € 1.342 aan algemene heffingskorting over.
Als er een minder of niet verdienende partner is, kan deze de algemene heffingskorting deels zelf verkrijgen. Het percentage waarop de minst verdienende partner zelfstandig recht heeft is maximaal 46 2/3% (of wel € 1.047), maar nooit meer dan wat de meest verdienende partner nog als inkomstenbelasting is verschuldigd.

De arbeidskorting bedraagt in 2016 maximaal € 3.103 (2015: € 2.220). Ook hiervoor geldt dat hoe meer iemand verdient, hoe lager de arbeidskorting wordt. Inkomen boven de € 34.015, wordt voor 4% op de arbeidskorting gekort. Voor inkomens vanaf € 111.590 betekent dit dat de arbeidskorting nihil is.

De inkomensafhankelijke combinatiekorting voor inkomens vanaf € 4.881 per jaar, bedraagt € 1.039 (2015: € 1.033). Deze heffingskorting geldt voor iedere alleenstaande die langer dan 6 maanden een kind onder de 12 jaar heeft, dat ingeschreven is op hetzelfde adres. Een alleenstaande is iemand die minder dan 6 maanden een fiscale partner had.

Boven een inkomen van € 4.881 wordt de inkomensafhankelijke combinatiekorting verhoogd met 6,159% van het inkomen, tot een maximum van € 2.769 (2015: € 2.152). Dit maximum wordt bereikt bij een inkomen van € 32.970 per jaar.

Extra toeslagen gezin met kinderen.

Voor gezinnen met kinderen geldt dat er extra geld is vrijgemaakt door de overheid. Zowel de kinderopvangtoeslag als het kindgebonden budget en de kinderbijslag gaan omhoog.

Uitzondering fiscaal partnerschap

Wanneer twee volwassenen samenwonen met een kind van één van beiden, is in beginsel sprake van fiscaal partnerschap tussen die twee volwassenen. Hierop is één uitzondering: wanneer de volwassenen samenwonen in een opvangwoning, dan kan op schriftelijk verzoek afgeweken worden van dit fiscale partnerschap. Een opvangwoning is een accommodatie in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het was een onbedoeld effect van de wet dat een dergelijke situatie, waarbij degene in de opvangwoning geen keuze heeft om elders te wonen, sprake zou zijn van fiscaal partnerschap. Via een ministerieel besluit was overigens in 2015 al aangegeven dat voor deze groep de uitzondering gold met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015. Vanaf 2016 is dit wettelijk geregeld.

Box 3

De vermogensvrijstelling in box 3 is verhoogd naar € 24.437 per belastingplichtige (2015: € 21.330). Er geldt een vrijstelling voor contant geld van € 520 (2015: € 517). De schuldendrempel blijft gelijk op € 3.000 per persoon.

De vrijstelling voor groene beleggingen is in 2015 € 57.213 per belastingplichtige (2015: € 56.928).

De vrijstelling voor een uitvaartverzekering of overlijdensrisicoverzekering is € 6.956 (2015: € 6.921). Er was tot en met 2015 een vrijstelling voor de bankspaarvariant van uitvaartverzekeringen. Banken boden deze variant echter niet aan. Daarom is besloten deze vrijstelling af te schaffen in 2016.

Voor ouderen met een laag inkomen gold tot en met 2015 een extra vermogensvrijstelling van maximaal € 28.236. Deze ouderentoeslag is per 1 januari 2016 vervallen.

Ook de spaarloonvrijstelling is op 1 januari 2016 vervallen. Een spaarloonrekening moet nu, als vermogen, in box 3 worden aangegeven.

Het forfait van 4% en het tarief van 30% zijn ongewijzigd gebleven. Mogelijk dat dit vanaf 2017 gaat veranderen.

Wonen

Eigenwoningforfait

De tarieven voor de bijtelling van het eigenwoningforfait blijven ongewijzigd voor alle woningen met een WOZ-waarde tot € 1.050.000. Alleen voor woningen boven dat bedrag stijgt het eigenwoningforfait.

Maximale belastingtarief hypotheekrenteaftrek omlaag

Vanaf 2014 daalt het maximale belastingtarief waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken met 0,5%.Voor 2016 geldt een maximaal aftrekpercentage van 50,5%.

Rentevoordeel personeelsleningen belast

Het rentevoordeel van werknemers met een personeelslening ten behoeve van de eigen woning, wordt bij die werknemer belast als loon. Daar staat wel tegenover dat de rente ook afgetrokken kan worden van de inkomstenbelasting. Omdat de belasting maximaal 52% bedraagt, terwijl er slechts tegen maximaal 50,5% kan worden afgetrokken, merken alleen mensen met inkomens in het hoogste tarief hier iets van.

Extra verhoogde schenkingsvrijstelling vanaf 2017

In 2014 was het mogelijk onbelast € 100.000 te schenken ten behoeve van de eigen woning. Sinds 1 januari 2015 is deze extra vrijstelling vervallen. In 2017 wordt deze echter weer verhoogd voor iedere ontvanger tussen de 18 en 40 jaar, mits hij de schenking benut voor de eigen woning.

Zorg

Verplicht eigen risico verhoogd naar € 385

Vanaf 2016 bedraagt het verplicht eigen risico van de zorgverzekering € 385 (2015: € 375). Dit eigen risico geldt voor alle verzekerden vanaf 18 jaar.

Wijzigingen zorgtoeslag in 2016

De zorgtoeslag is in 2016 maximaal € 83 per maand voor alleenstaanden en € 158 voor iedereen met een toeslagpartner. De toeslag vervalt voor alleenstaanden boven een inkomen van € 27.012 en voor partners met een gezamenlijk inkomen boven de € 33.765.

Ook boven een bepaald vermogen geldt dat er geen recht meer bestaat op zorgtoeslag. De vermogensgrens was in 2015 nog afhankelijk van het feit of iemand al dan niet AOW-gerechtigd was. In 2016 verdwijnt dit onderscheid, omdat de ouderentoeslag (extra vermogensvrijstelling voor AOW-ers) vervalt.

Maximum bijdrage-inkomen Zorgverzekeringswet (Zvw) verandert

In 2016 bedraagt het maximum bijdrage-inkomen voor de Zvw op jaarbasis € 52.763 (2015: € 51.976). Het percentage inkomensafhankelijke hoge bijdrage voor de Zvw is gedaald naar 6,75% (2015: 6,95%). Verzekeringsplichtigen (lage bijdrage) zijn in 2016 5,5% (2015: 4,85%) verschuldigd over hun bijdrage-inkomen met een maximum van € 2.901 (2015: € 2.520).

 Toekomstvoorzieningen

Versnelde verhoging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd wordt versneld verhoogd, waardoor al in 2021 een AOW-leeftijd wordt bereikt van 67 jaar. Iedereen die is geboren op of na 1 januari 1955 heeft een AOW-leeftijd van 67 jaar of ouder. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd afhankelijk van de levensverwachting.

Vanwege de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd is de overbruggingsregeling voor mensen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, verlengd tot en met 2022 voor iedereen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 een VUT- of vergelijkbare uitkering zijn gaan ontvangen. Deze uitkeringen houden in veel gevallen op wanneer de AOW-leeftijd bereikt zou zijn volgens oude wetgeving. Om te voorkomen dat mensen in een dergelijke situatie tijdelijk helemaal geen inkomen hebben, is de overbruggingsuitkering ingevoerd.

Verhoging aftoppingsgrens lijfrente- en pensioenopbouw

Sinds 2015 is het inkomen waarover bruto pensioen of een bruto lijfrente opgebouwd kan worden gemaximeerd. Het maximum inkomen waarover bruto lijfrente- en pensioenopbouw mogelijk is, is in 2016 verhoogd tot € 101.519 (2015: € 100.000).

Vrijlating oudedagsvoorziening ZZP’ers voor bijstand

Sinds 1 januari 2016 hoeft een (voormalig) ZZP’er die een bijstandsuitkering wil aanvragen, niet meer eerst zijn pensioenvermogen te consumeren. Hieraan zijn wel enkele voorwaarden verbonden.

Invoering kostendelersnorm Bijstand en Anw

Al sinds 1 juli 2015 bestaat de kostendelersnorm voor Anw- en bijstandsgerechtigden. Als een bijstands- of Anw-gerechtigde samenwoont met iemand in een woning (ook zonder dat ze fiscaal partner zijn!), geldt de kostendelersnorm. Dat betekent dat het normbedrag voor de uitkering van 70% van het minimumloon wordt verlaagd. Vanaf 1 januari 2016 is het normbedrag verlaagd naar 65% van het minimumloon (1 juli 2015: 68%). Deze verlaging wordt in jaarlijkse stappen van 5% doorgezet tot 50% in 2019.

Aanpassingen WW

De Werkloosheidswet wordt op verschillende punten aangepast:

  • De maximale duur gaat met 1 maand per kwartaal omlaag vanaf 1 januari 2016. De maximale duur was tot en met 2015 nog 38 maanden. Dit wordt voor iedereen die in het eerste kwartaal van 2016 wordt ontslagen dus 37 maanden. In 2019 wordt zo een maximale duur bereikt van 2 jaar.
  • Ook de opbouw van WW-rechten verandert. In de eerste 10 jaar wordt 1 maand WW opgebouwd per gewerkt jaar. Daarna een halve maand per gewerkt jaar. Tot 2016 opgebouwde rechten blijven bestaan.
  • Sinds 1 juli wordt de hoogte van de WW-uitkering bepaald door uit te gaan van het gemiddelde maandinkomen over de afgelopen 12 maanden. Ook geldt er een andere inkomensverrekening. De uitkering wordt bovendien per maand uitbetaald en niet meer per 4 weken.

De maximale transitievergoeding bij ontslag wordt verhoogd naar € 76.000 (2015: € 75.000).

Maximale duur WGA

De maximale duur van de loongerelateerde WGA-uitkering wordt op dezelfde wijze afgebouwd als de maximale WW-duur.

Bron: wftnu.nl, 4 januari 2016

Tweeverdieners kunnen meer lenen, is dat ook zo?

image_pdfimage_print

Hypotheekregels 2016

Tweeverdieners kunnen meer lenen, is dat ook zo?

Volgens het Ministerie van Financiën kunnen in de meeste gevallen, tweeverdieners meer lenen aan hypotheek op grond van hun inkomen. Dit heeft te maken met een andere rekenmethode voor het tweede inkomen. Op advies van het NIBUD mag het laagste inkomen voor 50% worden meegenomen in de berekening voor de hoogte van de hypotheek. In 2015 was dit 1/3 deel(33%).

Dit lijkt inderdaad gunstig voor tweeverdieners, echter als we dit gaan doorrekenen kan het heel goed zo zijn, dat de tweeverdieners juist nog minder kunnen lenen op grond van hun inkomen.

Bijvoorbeeld gold in 2015 de regel, het hoogste inkomen vermeerderd met 1/3 van het laagste inkomen. Uitgaande van 3% toetsrente is de financieringslast volgens de tabellen 22,5%. Dit betekent dat 22,5% van het inkomen aan maandlast maximaal kan worden besteed. Met de uitkomst kan het maximale hypotheekbedrag worden berekend.

Vanaf 2016 geldt de regel, het hoogste inkomen vermeerderd met 1/2 van het laagste inkomen. Uitgaande van 3% toetsrente is de financieringslast volgens de tabellen 21,5%. Er kan in de nieuwe situatie 1% minder aan maandlast van het totale inkomen worden besteed en daardoor kan er ongeveer 4,5 tot 5% minder aan hypotheek worden geleend.*

Er zijn uiteraard ook tweeverdieners die door de nieuwe regels wel meer kunnen lenen. Welke impact de nieuwe regels hebben voor betrokkenen is niet precies aan te geven. De betrokkenen zullen dat moeten laten berekenen.

Het is in ieder geval te kort door de bocht om te stellen dat, tweeverdieners meer kunnen lenen.

Harlingen, 8 januari 2016, Rob Wilbrink

*bron: de financiële makelaar

Aanrijding zonder letselschade? Onmogelijk!

image_pdfimage_print

Aanrijding zonder letselschade? Onmogelijk!

Het lijkt wel dat het voertuig belangrijker is dan het eigen welzijn bij een aanrijding. Er worden regelmatig aanrijdingsschades aan mij gemeld en de eerste vraag die mij wordt gesteld is, “wanneer kan mijn voertuig gerepareerd worden en kan ik een vervangend voertuig krijgen ?”, e.d. vragen.

De eerste vraag die ik aan de benadeelde stel, “hoe is het met uzelf, de inzittenden en de veroorzaker ?” en het antwoord dat ik dan vaak krijg is, “nou wel goed, maar met mijn voertuig niet”. Al lijkt de impact van een aanrijding klein, de gevolgen kunnen groot zijn. Ik adviseer de benadeelde contact op te nemen met de huisarts, om eventuele letsel te laten uitsluiten of juist te laten vaststellen. De gevolgen van een opgelopen whiplash kunnen groot zijn, zoals verminderde concentratie, niet kunnen werken, veranderende stemming enz, enz. Door snel onderzoek, kunnen de meeste problemen worden voorkomen.

Een ander gevolg van een aanrijding is een traumatische ervaring. De benadeelde kan last krijgen van angsten als hij weer deelt neemt aan het verkeer, als dit niet goed wordt behandelt, kan dit grote gevolgen hebben voor de betrokkene. Ik adviseer dit goed in de gaten te houden en eventueel te bespreken met de huisarts. De huisarts kan doorverwijzen naar deskundigen op het gebied van traumatische ervaringen en angsten.

Als blijkt dat de benadeelde helemaal niets mankeert, dan is er nog steeds recht op immateriële schadevergoeding, smartengeld. Er wordt namelijk wel onrecht aangedaan, de benadeelde heeft niet gevraagd om de aanrijding dat wordt min of meer opgedrongen tegen diens wil. Daar ondervindt de benadeelde hinder van. Daarom is zeker een bedrag aan immateriële schadevergoeding op zijn plaats om het aangedane leed te verzachten.

Als u betrokken bent bij een aanrijding, stelt u dan de vraag, hoe is het mijzelf en eventuele inzittenden en de persoon die de aanrijding heeft veroorzaakt. Laat u adviseren door een specialist, de redelijke kosten van een specialist mag u verhalen op de veroorzaker op grond van de wet.

Rob Wilbrink, 2 december 2015